08 May 2026
|
2 min read
Slecht energielabel is geen luxeprobleem meer
J
Jan Veenstra
Auteur
Wie nog steeds denkt dat een slecht energielabel slechts een administratief stickertje is, hoeft alleen maar naar de gasrekening te kijken. Daar staat tegenwoordig de echte energiemeter van Nederland: niet in duurzaamheidsslogans, maar in euro’s.
Uit nieuw onderzoek blijkt dat bewoners van een huis met energielabel G jaarlijks ruim 3100 euro méér kwijt kunnen zijn aan gas dan bewoners van een goed geïsoleerde woning met label A. Dat verschil is gigantisch. Zeker nu de gasbelasting in zes jaar tijd steeg van 40 naar 73 cent per kubieke meter.
De boodschap is helder: slecht geïsoleerd wonen wordt financieel afgestraft.
Maar hier wringt ook iets fundamenteels. Want niet iedereen woont vrijwillig in een energieverslindende woning. In veel oudere wijken, ook in plaatsen als Coevorden, wonen mensen in huizen die gebouwd zijn in een tijd waarin isolatie nauwelijks een rol speelde. Vaak gaat het om huurwoningen, oudere koopwoningen of huizen waarvan verduurzaming simpelweg onbetaalbaar is geworden.
Daar komt een tweede probleem bovenop: de woningmarkt. Vooral in de sociale huursector hebben veel mensen nauwelijks iets te kiezen. Wie jarenlang op een wachtlijst staat, zegt geen “nee” tegen een woning met energielabel E, F of G. Niet omdat men dat wil, maar omdat er simpelweg geen alternatief is.
De realiteit is hard: mensen accepteren hoge energiekosten om überhaupt een dak boven hun hoofd te hebben.
En juist daardoor ontstaat een pijnlijke tegenstelling. De overheid stuurt steeds nadrukkelijker op verduurzaming, terwijl een deel van de bevolking vastzit in woningen die structureel duur zijn om te verwarmen. Bewoners krijgen vervolgens wel de rekening gepresenteerd van een huis waar ze zelf nauwelijks invloed op hebben.
Wie voldoende spaargeld heeft, investeert in isolatie en ziet daarna de energierekening dalen. Wie afhankelijk is van sociale huur of een oudere betaalbare woning, betaalt vaak juist het meest. Zo dreigt de energietransitie uit te groeien tot een systeem waarin de laagste inkomens de hoogste energielasten dragen.
Het energielabel is daarmee allang niet meer alleen een milieukwestie. Het raakt aan bestaanszekerheid, woningnood en sociale ongelijkheid.
Want zolang betaalbare én energiezuinige woningen schaars blijven, is “duurzaam wonen” voor veel Nederlanders geen keuze, maar een privilege.
De boodschap is helder: slecht geïsoleerd wonen wordt financieel afgestraft.
Maar hier wringt ook iets fundamenteels. Want niet iedereen woont vrijwillig in een energieverslindende woning. In veel oudere wijken, ook in plaatsen als Coevorden, wonen mensen in huizen die gebouwd zijn in een tijd waarin isolatie nauwelijks een rol speelde. Vaak gaat het om huurwoningen, oudere koopwoningen of huizen waarvan verduurzaming simpelweg onbetaalbaar is geworden.
Daar komt een tweede probleem bovenop: de woningmarkt. Vooral in de sociale huursector hebben veel mensen nauwelijks iets te kiezen. Wie jarenlang op een wachtlijst staat, zegt geen “nee” tegen een woning met energielabel E, F of G. Niet omdat men dat wil, maar omdat er simpelweg geen alternatief is.
De realiteit is hard: mensen accepteren hoge energiekosten om überhaupt een dak boven hun hoofd te hebben.
En juist daardoor ontstaat een pijnlijke tegenstelling. De overheid stuurt steeds nadrukkelijker op verduurzaming, terwijl een deel van de bevolking vastzit in woningen die structureel duur zijn om te verwarmen. Bewoners krijgen vervolgens wel de rekening gepresenteerd van een huis waar ze zelf nauwelijks invloed op hebben.
Wie voldoende spaargeld heeft, investeert in isolatie en ziet daarna de energierekening dalen. Wie afhankelijk is van sociale huur of een oudere betaalbare woning, betaalt vaak juist het meest. Zo dreigt de energietransitie uit te groeien tot een systeem waarin de laagste inkomens de hoogste energielasten dragen.
Het energielabel is daarmee allang niet meer alleen een milieukwestie. Het raakt aan bestaanszekerheid, woningnood en sociale ongelijkheid.
Want zolang betaalbare én energiezuinige woningen schaars blijven, is “duurzaam wonen” voor veel Nederlanders geen keuze, maar een privilege.