10 Jul 2026
|
2 min read
Eindelijk is de verhuurder aan de beurt
J
Jan Veenstra
Auteur
Jarenlang leek verduurzaming op een spel waarvan de regels maar voor één groep golden. De overheid wees met gestrekt been naar huiseigenaren. Isoleren, HR++-glas, zonnepanelen, warmtepompen; de lijst met verplichtingen en adviezen werd ieder jaar langer. Wie niet meedeed, kreeg al snel het gevoel een klimaatcrimineel te zijn.
Maar ondertussen gebeurde er iets opmerkelijks.
Miljoenen huurders woonden in huizen waar de tocht onder de deur harder waaide dan de wind buiten. Enkel glas, slechte isolatie en energielabels waar je spontaan de verwarming een graadje hoger van moest zetten. De energierekening? Die was voor de huurder. De investering? Die bleef vaak uit.
Nu lijkt er eindelijk iets recht te worden gezet.
Vanaf 2029 kunnen verhuurders die woningen met energielabel E, F of G blijven verhuren een dwangsom krijgen. Of het nu een woningcorporatie is of een particuliere belegger: wie huur ontvangt, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van de woning.
Dat voelt eerlijk.
Want verduurzaming is nooit alleen een klimaatverhaal geweest. Het is ook een verhaal van wooncomfort en betaalbaarheid. Het is moeilijk uit te leggen dat een huurder honderden euro's extra aan stookkosten betaalt, terwijl de eigenaar jarenlang nauwelijks investeert en wel iedere maand de huur incasseert.
Natuurlijk zullen er bezwaren komen. De kosten zijn hoog, de planning is ingewikkeld en sommige gebouwen, zoals monumenten, vragen om maatwerk. Daar zijn uitzonderingen voor bedacht, en terecht. Maar voor de grote meerderheid geldt een eenvoudige regel: een fatsoenlijke woning hoort ook fatsoenlijk geïsoleerd te zijn.
Misschien wordt de huur op sommige plaatsen iets hoger. Dat risico bestaat. Maar een woning die veel minder energie verbruikt levert uiteindelijk ook lagere maandlasten op. Daar profiteert de huurder direct van.
Voor één keer lijkt de overheid de rekening niet alleen bij de burger neer te leggen, maar ook bij degene die jarenlang aan de andere kant van de huurovereenkomst stond. Dat is geen straf voor verhuurders; het is een logisch gevolg van goed verhuurderschap.
Na jaren waarin vooral de woningeigenaar en de huurder de gevolgen van het klimaatbeleid voelden, is nu ook de verhuurder aan zet.
Soms duurt gerechtigheid lang, maar beter laat dan nooit.
Miljoenen huurders woonden in huizen waar de tocht onder de deur harder waaide dan de wind buiten. Enkel glas, slechte isolatie en energielabels waar je spontaan de verwarming een graadje hoger van moest zetten. De energierekening? Die was voor de huurder. De investering? Die bleef vaak uit.
Nu lijkt er eindelijk iets recht te worden gezet.
Vanaf 2029 kunnen verhuurders die woningen met energielabel E, F of G blijven verhuren een dwangsom krijgen. Of het nu een woningcorporatie is of een particuliere belegger: wie huur ontvangt, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van de woning.
Dat voelt eerlijk.
Want verduurzaming is nooit alleen een klimaatverhaal geweest. Het is ook een verhaal van wooncomfort en betaalbaarheid. Het is moeilijk uit te leggen dat een huurder honderden euro's extra aan stookkosten betaalt, terwijl de eigenaar jarenlang nauwelijks investeert en wel iedere maand de huur incasseert.
Natuurlijk zullen er bezwaren komen. De kosten zijn hoog, de planning is ingewikkeld en sommige gebouwen, zoals monumenten, vragen om maatwerk. Daar zijn uitzonderingen voor bedacht, en terecht. Maar voor de grote meerderheid geldt een eenvoudige regel: een fatsoenlijke woning hoort ook fatsoenlijk geïsoleerd te zijn.
Misschien wordt de huur op sommige plaatsen iets hoger. Dat risico bestaat. Maar een woning die veel minder energie verbruikt levert uiteindelijk ook lagere maandlasten op. Daar profiteert de huurder direct van.
Voor één keer lijkt de overheid de rekening niet alleen bij de burger neer te leggen, maar ook bij degene die jarenlang aan de andere kant van de huurovereenkomst stond. Dat is geen straf voor verhuurders; het is een logisch gevolg van goed verhuurderschap.
Na jaren waarin vooral de woningeigenaar en de huurder de gevolgen van het klimaatbeleid voelden, is nu ook de verhuurder aan zet.
Soms duurt gerechtigheid lang, maar beter laat dan nooit.