01 Sep 2026
|
4 min read
De betonbak van Coevorden: een betonnen monument voor bestuurlijke doofheid
J
Jan Veenstra
Auteur
Wie naar de foto van de vernieuwde Markt in Coevorden kijkt, ziet vooral beton. Heel veel beton. Trappen, muren, vlakken en een inrichting die vooral lijkt te zijn ontworpen door iemand die een bijzondere liefde heeft voor de betoncentrale.
Maar wie de reacties van Coevordenaren leest, ziet iets anders.
Daar gaat het namelijk allang niet meer alleen over stenen, parkeerplaatsen of de vraag of de haven wel of niet moet worden doorgetrokken. De betonbak is een symbool geworden.
Een symbool van het gevoel dat veel inwoners hebben: wij mochten meepraten, maar uiteindelijk werd toch gedaan wat al besloten was.
Dat gevoel komt in de reacties heel duidelijk naar voren. De een schrijft dat het een gemiste kans is, een ander vraagt zich af waar de parkeerplaatsen zijn gebleven. Weer een ander noemt het ronduit een verspilling van belastinggeld. En iemand vat het misschien wel het meest treffend samen: mensen gaan niet slecht op verandering, ze gaan slecht op verandering waar ze zelf niets over te zeggen lijken te hebben gehad.
En daar zit de werkelijke pijn.
Niet de betonbak, maar het gebrek aan vertrouwen
Je kunt als gemeente natuurlijk zeggen: “Maar er is uitgebreid over gesproken, er hebben inspraakmomenten plaatsgevonden en deskundigen hebben hier goed over nagedacht.”
Dat kan allemaal waar zijn.
Maar bestuurlijke participatie is pas echte participatie wanneer inwoners ook het gevoel hebben dat hun mening ergens toe kan leiden.
Want wat heb je aan inspraak als de burger aan het einde van het traject mag constateren dat zijn voorkeur ergens onderin een la is verdwenen?
Een van de reacties zegt het onverbloemd: de markt is van het geld van de inwoners betaald en mensen hebben eerst mogen meebeslissen, waarna uiteindelijk iets anders is uitgevoerd.
Dáár ontstaat wantrouwen.
En dat wantrouwen blijft vervolgens jarenlang aan zo'n plein kleven.
Een haven vol geschiedenis — en dan beton
En dan is er nog iets.
Coevorden is geen Vinex-locatie waar je op een braakliggend stuk grond naar hartenlust een modern plein kunt tekenen.
Coevorden heeft geschiedenis.
Een vestingstad. Een kasteel. Grachten. Water. Handel. Scheepvaart. Een verleden waarin juist die verbinding tussen stad en water een belangrijke rol speelde.
Dan kun je natuurlijk een eigentijds plein ontwerpen met grote betonnen trappen, maar je moet je als gemeente vervolgens niet verbazen wanneer inwoners zeggen:
“Wat heeft dit eigenlijk nog met Coevorden te maken?”
Een van de reacties raakt precies dat punt: waarom de haven niet is doorgetrokken en waarom daarvoor in de plaats deze inrichting is gekomen. Een ander schrijft dat men liever de haven had gezien en spreekt over de grijze betonmassa als een gemiste kans.
En dat is meer dan nostalgie.
Een historische stad moet niet alleen geschiedenis vertellen met een informatiebord. Je moet die geschiedenis ook kunnen voelen.
Water had hier sfeer kunnen brengen. Botters, sloepen, kleine recreatievaart, terrassen aan het water. Een verbinding tussen het historische karakter van Coevorden en het centrum van vandaag.
In plaats daarvan ligt er een soort betonnen tribune.
En waarvoor?
Dat is misschien wel de meest ongemakkelijke vraag.
Want een plein kan prachtig ontworpen zijn op papier en toch mislukken in het dagelijks gebruik.
Architecten kunnen spreken over lijnen, zichtassen, verblijfsfuncties, klimaatadaptatie en openbare ruimte.
Maar de inwoner denkt simpelweg:
“Wat moet ik hier eigenlijk doen?”
En als het antwoord daarop niet overtuigend is, blijft het vooral een dure inrichting.
De reacties spreken boekdelen. Iemand vraagt zich af waarom de parkeergelegenheid grotendeels is verdwenen. Een ander maakt er sarcastisch een “pisbak van het jaar” van.
Dat zijn misschien geen bestuurlijke rapporten.
Maar het zijn wel signalen.
De betonbak is inmiddels groter dan de betonbak
En misschien moeten we daarom ophouden met discussiëren over de vraag of de betonbak mooi is.
Dat is inmiddels bijna irrelevant.
Want schoonheid is subjectief.
Bestuurlijk vertrouwen is dat niet.
Als een groot deel van de bevolking het gevoel heeft dat een plan door hun strot is geduwd, dat parkeerplaatsen zijn verdwenen en dat een historische kans om water terug te brengen is gemist, dan heb je als gemeente een probleem dat je niet oplost met nóg een informatieavond.
Dan moet je luisteren.
Niet naar de vraag:
“Vindt u ons ontwerp mooi?”
Maar naar de veel belangrijkere vraag:
“Hebben wij u eigenlijk wel serieus genomen?”
Want misschien is die betonnen bak uiteindelijk helemaal geen plein.
Misschien is het een monument.
Een monument voor de afstand die kan ontstaan tussen een gemeentebestuur en de mensen voor wie dat bestuur eigenlijk werkt.
En het ironische is:
die afstand is waarschijnlijk een stuk moeilijker weg te slopen dan een paar honderd kubieke meter beton.
Daar gaat het namelijk allang niet meer alleen over stenen, parkeerplaatsen of de vraag of de haven wel of niet moet worden doorgetrokken. De betonbak is een symbool geworden.
Een symbool van het gevoel dat veel inwoners hebben: wij mochten meepraten, maar uiteindelijk werd toch gedaan wat al besloten was.
Dat gevoel komt in de reacties heel duidelijk naar voren. De een schrijft dat het een gemiste kans is, een ander vraagt zich af waar de parkeerplaatsen zijn gebleven. Weer een ander noemt het ronduit een verspilling van belastinggeld. En iemand vat het misschien wel het meest treffend samen: mensen gaan niet slecht op verandering, ze gaan slecht op verandering waar ze zelf niets over te zeggen lijken te hebben gehad.
En daar zit de werkelijke pijn.
Niet de betonbak, maar het gebrek aan vertrouwen
Je kunt als gemeente natuurlijk zeggen: “Maar er is uitgebreid over gesproken, er hebben inspraakmomenten plaatsgevonden en deskundigen hebben hier goed over nagedacht.”
Dat kan allemaal waar zijn.
Maar bestuurlijke participatie is pas echte participatie wanneer inwoners ook het gevoel hebben dat hun mening ergens toe kan leiden.
Want wat heb je aan inspraak als de burger aan het einde van het traject mag constateren dat zijn voorkeur ergens onderin een la is verdwenen?
Een van de reacties zegt het onverbloemd: de markt is van het geld van de inwoners betaald en mensen hebben eerst mogen meebeslissen, waarna uiteindelijk iets anders is uitgevoerd.
Dáár ontstaat wantrouwen.
En dat wantrouwen blijft vervolgens jarenlang aan zo'n plein kleven.
Een haven vol geschiedenis — en dan beton
En dan is er nog iets.
Coevorden is geen Vinex-locatie waar je op een braakliggend stuk grond naar hartenlust een modern plein kunt tekenen.
Coevorden heeft geschiedenis.
Een vestingstad. Een kasteel. Grachten. Water. Handel. Scheepvaart. Een verleden waarin juist die verbinding tussen stad en water een belangrijke rol speelde.
Dan kun je natuurlijk een eigentijds plein ontwerpen met grote betonnen trappen, maar je moet je als gemeente vervolgens niet verbazen wanneer inwoners zeggen:
“Wat heeft dit eigenlijk nog met Coevorden te maken?”
Een van de reacties raakt precies dat punt: waarom de haven niet is doorgetrokken en waarom daarvoor in de plaats deze inrichting is gekomen. Een ander schrijft dat men liever de haven had gezien en spreekt over de grijze betonmassa als een gemiste kans.
En dat is meer dan nostalgie.
Een historische stad moet niet alleen geschiedenis vertellen met een informatiebord. Je moet die geschiedenis ook kunnen voelen.
Water had hier sfeer kunnen brengen. Botters, sloepen, kleine recreatievaart, terrassen aan het water. Een verbinding tussen het historische karakter van Coevorden en het centrum van vandaag.
In plaats daarvan ligt er een soort betonnen tribune.
En waarvoor?
Dat is misschien wel de meest ongemakkelijke vraag.
Want een plein kan prachtig ontworpen zijn op papier en toch mislukken in het dagelijks gebruik.
Architecten kunnen spreken over lijnen, zichtassen, verblijfsfuncties, klimaatadaptatie en openbare ruimte.
Maar de inwoner denkt simpelweg:
“Wat moet ik hier eigenlijk doen?”
En als het antwoord daarop niet overtuigend is, blijft het vooral een dure inrichting.
De reacties spreken boekdelen. Iemand vraagt zich af waarom de parkeergelegenheid grotendeels is verdwenen. Een ander maakt er sarcastisch een “pisbak van het jaar” van.
Dat zijn misschien geen bestuurlijke rapporten.
Maar het zijn wel signalen.
De betonbak is inmiddels groter dan de betonbak
En misschien moeten we daarom ophouden met discussiëren over de vraag of de betonbak mooi is.
Dat is inmiddels bijna irrelevant.
Want schoonheid is subjectief.
Bestuurlijk vertrouwen is dat niet.
Als een groot deel van de bevolking het gevoel heeft dat een plan door hun strot is geduwd, dat parkeerplaatsen zijn verdwenen en dat een historische kans om water terug te brengen is gemist, dan heb je als gemeente een probleem dat je niet oplost met nóg een informatieavond.
Dan moet je luisteren.
Niet naar de vraag:
“Vindt u ons ontwerp mooi?”
Maar naar de veel belangrijkere vraag:
“Hebben wij u eigenlijk wel serieus genomen?”
Want misschien is die betonnen bak uiteindelijk helemaal geen plein.
Misschien is het een monument.
Een monument voor de afstand die kan ontstaan tussen een gemeentebestuur en de mensen voor wie dat bestuur eigenlijk werkt.
En het ironische is:
die afstand is waarschijnlijk een stuk moeilijker weg te slopen dan een paar honderd kubieke meter beton.