Subsidie voor jezelf – democratie begint bij de kassa
3 weken geledenEr zijn van die momenten waarop de lokale democratie even vergeet dat ze lokaal is. Dan schuift ze een stoel bij, kijkt rond in de raadzaal en denkt: “Zou niemand het gek vinden als we dit gewoon even voor onszelf regelen?”
Dat moment was dinsdagavond in Coevorden.
PAC en BBC2014 kwamen met een voorstel dat zo zuiver klonk dat het bijna doorzichtig werd: een eenmalige subsidie voor lokale partijen. Niet omdat het leuk is, maar omdat het moet. Voor scholing. Voor ondersteuning. Voor de democratie. En – per ongeluk hardop gezegd – voor de campagne. Oeps.
Het ging om 8.554 euro. Omgerekend 658 euro per zetel. Geen wereldbedrag natuurlijk, maar groot genoeg om een ongemakkelijke vraag op tafel te leggen:
Is dit versterken van de democratie, of gewoon jezelf bedienen met publiek geld?
Michel Blanken noemde het wat velen dachten: zelfverrijking. En dat is een lelijk woord in een raadszaal waar men geacht wordt het algemeen belang te dienen. Want hoe leg je aan een inwoner uit dat dertien raadsleden besluiten dat zij zélf een subsidie nodig hebben, terwijl diezelfde inwoner elke euro moet omdraaien?
Het argument was helder: landelijke partijen krijgen geld uit Den Haag, lokale partijen niet. Dat klopt. Maar het verschil is ook helder: landelijke partijen hebben landelijke structuren, landelijke verplichtingen en landelijke ogen die meekijken. Lokale partijen hebben iets anders: direct contact met hun achterban. En, niet onbelangrijk, een raadsvergoeding van 1.240 euro per maand. Daar dragen ze een deel van af aan de partij. Zoals iedereen.
De VVD vatte het droog samen: “Wij houden zelf de broek op.”
Dat bleek ineens een ouderwetse, maar verrassend stevige broek.
Wat het voorstel vooral pijnlijk maakte, was de timing. Geen gezamenlijk overleg vooraf. Geen breed gedragen plan. Gewoon: meerderheid rekenen, voorstel indienen, en kijken of het lukt. Democratie als rekensom. Dat is geen versterking, dat is boekhouden.
Dat het voorstel uiteindelijk werd ingetrokken, was verstandig. Niet omdat het idee van ondersteuning onbespreekbaar is, maar omdat gelijkwaardigheid niet begint bij geld, maar bij vertrouwen. En vertrouwen win je niet door eerst naar de gemeentekas te wijzen.
Misschien is het goed om het gesprek écht te voeren. Over scholing. Over samenwerking. Over opkomst bij verkiezingen. Over waarom steeds minder mensen nog geloven dat politiek over hen gaat, en niet over de mensen die er al zitten.
Maar laten we één ding afspreken:
de democratie wordt sterker van openheid, niet van bonnetjes voor eigen gebruik.
En als het gesprek pas na de verkiezingen gevoerd wordt, met een nieuwe raad?
Dat is misschien wel de meest democratische keuze van de hele avond.