Schaatsen als jurysport – dank u wel, KNSB
1 week geledenSchaatsen was ooit eenvoudig. Wie het hardst reed, won. Wie als eerste over de streep kwam, had gelijk. Geen meningen, geen commissies, geen achterkamertjes. Alleen ijs, tijd en pijn in de benen.
Dat was vroeger.
Tegenwoordig eindigt een schaatswedstrijd niet meer bij de finish, maar bij de vergadertafel van de KNSB. Daar waar stopwatches ineens onderhandelbaar blijken en prestaties slechts één van de vele factoren zijn. Vorm, reputatie, ‘teamcompositie’, politieke gevoeligheden – het klinkt als kunstschaatsen, maar het gaat over langebaan.
Het Olympisch Kwalificatietoernooi is daarmee gedegradeerd tot schijnvertoning. Rij hard, win, en hoop vervolgens dat je past in het plaatje dat de bond al had getekend. Zo niet, dan mag je alsnog thuisblijven. Sport als bijzaak, bestuur als hoofdrolspeler.
Wat resteert er dan voor jonge schaatsers? De les dat talent niet genoeg is. Dat winnen geen garantie biedt. Dat je carrière afhangt van mensen die zelf nooit een ronde hebben gereden, maar wel bepalen wie er mag dromen.
De Olympische Spelen zouden het hoogst haalbare moeten zijn. Nu voelen ze als een besloten feestje waar prestaties welkom zijn, zolang ze niet in de weg zitten. Voor mij is de magie weg. Niet door verlies op het ijs, maar door het bestuurlijke geknoei eromheen.
Gefeliciteerd KNSB. Jullie hebben van een van de eerlijkste sporten ter wereld een jurysport gemaakt. En dat is misschien wel de langzaamste rondetijd die schaatsen ooit heeft gereden.