15 Oct 2026
|
3 min read
AI krijgt de schuld, maar vertellen we wel het hele verhaal?
J
Jan Veenstra
Auteur
Naar aanleiding van het artikel van Brechtje Muijzer bij ZO!34 van 15 oktober over de veranderende werkgelegenheid in de klantcontactsector in Drenthe, dacht ik: nee Brechtje Muijzer, dat is me toch iets te simpel.
In het artikel wordt beschreven hoe de vraag naar klantcontactmedewerkers is afgenomen en hoe AI en chatbots daarbij een rol spelen. Volgens de cijfers van het UWV daalde het aantal openstaande vacatures van ongeveer honderd in het eerste kwartaal van 2023 naar ongeveer vijftig in het tweede kwartaal van 2026. Tegelijkertijd nam het aantal werkzoekenden toe. Dat zijn cijfers die serieus genomen moeten worden, want achter die cijfers zitten mensen die hun baan verliezen of moeilijker aan werk komen.
Maar betekent dit automatisch dat AI de boosdoener is? Het artikel beschrijft ook hoe bedrijven hun klantcontact anders organiseren om kosten te besparen. Chatbots beantwoorden eenvoudige vragen en AI neemt bepaalde werkzaamheden over. Dat heeft gevolgen voor de werkgelegenheid, maar het verhaal is daarmee nog niet compleet.
We hebben dit eerder meegemaakt. Bij de komst van de computer waren er mensen die vreesden voor hun baan. Hetzelfde gebeurde toen internet zijn intrede deed. En als we nog verder teruggaan, kunnen we zelfs denken aan de uitvinding van het wiel. Iedere grote technologische verandering brengt onzekerheid met zich mee, maar levert uiteindelijk ook nieuwe mogelijkheden op.
En dan AI. Daar zou ik inmiddels een aantal kranten mee kunnen vullen als ik alles zou moeten opsommen wat deze technologie ons kan brengen. Van medische toepassingen en wetenschappelijk onderzoek tot het toegankelijk maken van kennis, het ondersteunen van mensen bij hun werk en het versnellen van processen die vroeger veel tijd kostten.
Natuurlijk zijn er negatieve kanten. Banen kunnen verdwijnen, misbruik ligt op de loer en niet iedere toepassing is een verbetering. Wie dat ontkent, houdt zichzelf voor de gek. Maar wie uitsluitend de nadelen belicht, doet evenmin recht aan de werkelijkheid.
Ik vergelijk AI weleens met een breekijzer. Je weet wel, zo'n stevig stuk gereedschap dat je kunt gebruiken bij bouwwerkzaamheden, maar waarmee je ook dingen kunt slopen. En ja, je kunt er zelfs mee inbreken.
Maar geven we het breekijzer dan de schuld, of kijken we naar degene die het gebruikt?
Dat is voor mij de kern van de discussie. Bedrijven kiezen ervoor AI in te zetten, vaak om efficiënter te werken en kosten te besparen. Dan moeten we het niet alleen over de technologie hebben, maar ook over de keuzes van werkgevers, de gevolgen voor werknemers en de manier waarop we mensen begeleiden naar ander werk.
De echte vraag is dus niet alleen hoeveel banen AI laat verdwijnen. We moeten ook kijken naar het werk dat ervoor terugkomt, de kansen die ontstaan en de verantwoordelijkheid die bedrijven en overheid daarbij hebben.
Voor mensen die hun baan kwijtraken, is dat geen theoretische discussie. Hun zorgen verdienen alle aandacht. Maar laten we tegelijkertijd niet iedere nieuwe ontwikkeling bij voorbaat afschrijven.
AI is een hulpmiddel. Wat we ermee doen, zegt uiteindelijk minstens zoveel over onszelf als over de technologie.
Maar betekent dit automatisch dat AI de boosdoener is? Het artikel beschrijft ook hoe bedrijven hun klantcontact anders organiseren om kosten te besparen. Chatbots beantwoorden eenvoudige vragen en AI neemt bepaalde werkzaamheden over. Dat heeft gevolgen voor de werkgelegenheid, maar het verhaal is daarmee nog niet compleet.
We hebben dit eerder meegemaakt. Bij de komst van de computer waren er mensen die vreesden voor hun baan. Hetzelfde gebeurde toen internet zijn intrede deed. En als we nog verder teruggaan, kunnen we zelfs denken aan de uitvinding van het wiel. Iedere grote technologische verandering brengt onzekerheid met zich mee, maar levert uiteindelijk ook nieuwe mogelijkheden op.
En dan AI. Daar zou ik inmiddels een aantal kranten mee kunnen vullen als ik alles zou moeten opsommen wat deze technologie ons kan brengen. Van medische toepassingen en wetenschappelijk onderzoek tot het toegankelijk maken van kennis, het ondersteunen van mensen bij hun werk en het versnellen van processen die vroeger veel tijd kostten.
Natuurlijk zijn er negatieve kanten. Banen kunnen verdwijnen, misbruik ligt op de loer en niet iedere toepassing is een verbetering. Wie dat ontkent, houdt zichzelf voor de gek. Maar wie uitsluitend de nadelen belicht, doet evenmin recht aan de werkelijkheid.
Ik vergelijk AI weleens met een breekijzer. Je weet wel, zo'n stevig stuk gereedschap dat je kunt gebruiken bij bouwwerkzaamheden, maar waarmee je ook dingen kunt slopen. En ja, je kunt er zelfs mee inbreken.
Maar geven we het breekijzer dan de schuld, of kijken we naar degene die het gebruikt?
Dat is voor mij de kern van de discussie. Bedrijven kiezen ervoor AI in te zetten, vaak om efficiënter te werken en kosten te besparen. Dan moeten we het niet alleen over de technologie hebben, maar ook over de keuzes van werkgevers, de gevolgen voor werknemers en de manier waarop we mensen begeleiden naar ander werk.
De echte vraag is dus niet alleen hoeveel banen AI laat verdwijnen. We moeten ook kijken naar het werk dat ervoor terugkomt, de kansen die ontstaan en de verantwoordelijkheid die bedrijven en overheid daarbij hebben.
Voor mensen die hun baan kwijtraken, is dat geen theoretische discussie. Hun zorgen verdienen alle aandacht. Maar laten we tegelijkertijd niet iedere nieuwe ontwikkeling bij voorbaat afschrijven.
AI is een hulpmiddel. Wat we ermee doen, zegt uiteindelijk minstens zoveel over onszelf als over de technologie.